BSG 3 – Paul Keres 7

Tekst: Peter Spannring

Twee weken voor de wedstrijd heb ik een kruisbandreconstructie alsmede een meniscusoperatie ontvangen aan mijn linker knie, vandaar dat ik met twee krukken arriveerde in Bussum. Ik bleek niet de enige minder mobiele schaker die  avond, 6 teams (waaronder ook PK4, die naast ons zaten) moesten een kwartier wachten voordat de andere minder valide mijnheer aan het bord plaatsnam. Ik begreep later van mijn fysio dat zij minder te spreken was over het feit dat ik dusdanig gauw na mijn operatie alweer een hele middag zou gaan zitten, maar ik had me aangemeld voor de wedstrijd en had er toch stiekem zin in. Het is gebruikelijk dat mensen 6 weken thuis zitten om het been gestrekt te laten om het vocht langzaam weg te laten trekken uit de knie. Bovendien wordt aangeraden om elk uur oefeningen uit te voeren. Stiekem had ik gehoopt op een snelle zege met wit om vervolgens weer thuis te kunnen rusten, het werd helaas een stuggere partij dan ik had gehoopt.
 

Op bord 3 speelde ik met wit tegen Paul Tuijp (1783)

 
Ik kwam met wit iets slechter uit de opening, en diende verdedigend werk te verrichten in bovenstaande stelling na zet 14. De zwarte dame kwam gevaarlijk aanzetten op h5, de loper op d6 had de pijlen gericht op h2, het paard op f6 kon naar g4, wat weer de poorten voor de zwarte toren zou openen om zich op te offeren op f3. Ik wilde gauw mijn donkerveldige loper afruilen voor zijn loper door via h4 naar g3 te komen, de computer had het beter gevonden om 15 Lxf6 te spelen. Na 15. Lh4 speelde zwart echter 15…Lxh2+, wat naar mijn idee meteen een fout was. 
Ik had gehoopt dat zwart 15…Pe4 zou spelen, zodat het paard mijn loper kon pakken als ik 16 Lg3 zou spelen. Na 16…Pxg3 17 fxg3 leek het mij dat wit een min of meer gelijke stand zou krijgen. Misschien had ik na 15…Pe4 wel het winnende 16 Lxe4 gespeeld, ik had er in ieder geval over nagedacht. 16…dxe4 17.Pxe4 Txf3 18.Dxf3 Dxh4 19.Pxd6 en wit wint.
Ik was bang dat zwart 15…Pg4! zou spelen, met het idee dat Txf3 mijn paard zou uitschakelen om de verdediger van h2 te laten weghalen. Na 15…Pg4 had ik waarschijnlijk 16 h3 moeten spelen, ik had uitgerekend dat 16.Lg3 problematisch zou worden voor wit na 16..Lxg3 17 fxg3 Txf3 18 Txf3 Dxh2+ 19 Kf1. 
De computer had 15…Pxd4 gespeeld, maar mijn tegenstander had dit niet onderzocht, en ik vond dit ook een computerzet, of in ieder geval een heel lastige zet om uit te rekenen op ons niveau: voorbeeld 15…Pxd4 16 Lxh7+ Pxh7 17 Dxd4 Txf3 18 gxf3 Pg5 en zwart wint, want 19 Dg4 Pxf3+ en dame valt.
Ik had geen rekening gehouden met 15… Lxh2+: misschien dacht mijn tegenstander dat ik 16.Pxh2 ging spelen, na 16…Dxh4+ staat zwart een pion voor.
Ik kon echter natuurlijk ook met de koning pakken. 
Het ging als volgt verder:
16.Kxh2 Pg4+ 17.Kg1 Txf3 18.Dx3 Dxh4 19.Dh3 en zwart moet de dames afruilen om Dxh7+ te voorkomen. Later in de avond daagde het besef bij mij dat ik 18.gxf3 heb gemist, een prachtig leermomentje, zie de stelling na zet 17. 
 
 
Ik was te gefixeerd erop dat mijn dame moest meeverdedigen en oordeelde dat ik een betere stelling zou krijgen na 18.Dxf3 (klopte ook). Ik wilde liever niet mijn pionnen voor de koning openen, hierdoor zag ik over het hoofd dat 18 gxf3 gewoon wint. De computer kan de schade nog beperken met 18…Ph2 (+1.2 voor wit, 19.Lg3 Pxd4!? (een mens zou de toren op op f1 pakken met het paard) 20.Le2 ), maar welke mens ziet 18…Ph2 nou? De menselijke en 1-na beste zet is 18….Dxh4 19.fxg4 en wit wint. Na 19…Dxh3 20 gxh3 Pf6 sta ik een kwaliteit min een pion voor, echter was het gevaar dat ik mijn d-pion ging verliezen en leek het mij vrij remiseachtig. 21.Pe2 (21.Tad1 had ook gekund, misschien wel iets beter) 21…e5 22.Kh2 Tf8 23.Lb5 en heb ik remise aangeboden, gezien dat ik mijn been begon te voelen, het idee had dat mijn d-pion zou vallen en het doorspelen nog lang zou kunnen duren. Mijn tegenstander accepteerde meteen, zei achteraf dat hij het idee had er slechter voor te staan en dit een mooie uitweg vond. 
 
0.5-0.5
Op bord 1 hadden we Ritsaert tactisch neergezet met wit tegen Eddy van de Velden (1830). Ritsaert heeft voorafgaand aan de wedstrijd de Hollandsche verdediging doorgenomen, dit zou zijn vruchten afwerpen in de opening, na zet 10 staat wit iets beter, zie het volgende diagram.
 
 
Hier speelde wit echter 11.Dc2 waardoor het voordeel verdampte. In deze conservatieve stelling blijkt het cruciaal dat wit actie onderneemt met 11.e4 fxe4 12.Pxe4 Pxe4 13.Txe4 (+0.5), 12…a5 13.Pc3 Pa6 14.Dd2 zou ook beter moeten staan (+0.7). 14 zetten later werden alle lichte stukken afgeruild en werd remise geaccepteerd in de volgende stelling na zet 25 (0.27 voor zwart)
 
 
1-1
 
Op bord 2 speelde Gerard met zwart de meest spectaculaire wedstrijd van de avond tegen Rik Weidema (1738). Wit speelde de opening iets beter uit, voorkwam dat de zwarte koning kon rokeren en kwam een pion voor, toen de stelling na zet 23 op het bord kwam.
 
 
Wit pakt de pion terug met 23.bxa3, waarna Gerard Rik Weidema tot handelen dwong met 23…Lxd4. Feitelijk staat wit nog steeds beter als het accepteert om de pion terug te geven met 24.Txd4 Dxc5 25.De5+ (+0.41). De wedstrijd kantelde echter toen wit dacht slim te zijn met 24.Pxe6 Lxe6 25.Txd4 Dxa3 (hier staat zwart beter met 0.6). Gerard zou later de druk op de witte koning opvoeren waarna de stelling na zet 38 op het bord zou komen.
 
 
De beste verdediging voor wit zou 39.f5 (-1.49 voor zwart) of 39.Lb3 (-1.68) zijn geweest. Er werd echter 39.Lf3 gespeeld, na 39…Lc4 40.Ta1 a2! 41.Ld1 Da5 42.Dc2 Te3 43.Kd2 d4! gaf wit op.
 
2-1. 
 

Peter van den Belt speelde tegen Rob Tijssens (1718) en wist met zwart remise te houden, net als Ti de Jong met wit tegen Melchior Brandenburg (1645) in een Aljechin-wedstrijd. 3-2. Helaas werden er geen punten gehaald op borden 6-8 waardoor het 5-3 werd voor BSG. Gemiddeld had BSG een iets betere rating, waardoor deze nederlaag niet geheel onverwacht was, er waren echter kansen om in ieder geval een resultaat mee te nemen. PK7 staat nu op 1 punt uit 2 wedstrijden met 7 bordpunten.

Ik kwam er trouwens nog achter dat de tegenstander nog iets over de wedstrijd Jeroen Olislagers – Jelle Vellema schreef.
In een Trompovsky kwam na zet 23.Pxb5 de volgende stelling op het bord.
 
 
23…Lxb5 24.Txd5 Kc7 25.Txb5 en wit zou niet veel later de winst binnen slepen.
 
 
BSG 3
Rating
 
Paul Keres 7
Rating
Ronde 2
  Velden van de, E. (Eddy) 1830   Pel, R.J. (Ritsaert) 1708 ½ – ½
  Weidema, R. (Rik) 1738   Halve, G.F.M. (Gerard) 1702 0 – 1
  Tuijp, P.A. (Paul) 1783   Spannring, P. (Peter) 1804 ½ – ½
  Tijssens, R. (Rob) 1718   Belt van den, P.G.H. (Peter) 1665 ½ – ½
  Brandenburg, M. (Melchior) 1645   Jong de, T. (Ti) 1573 ½ – ½
  Olislagers, J. (Jeroen) 1672   Vellema, J.J. (Jelle) 1667 1 – 0
  Kroon, J.W.M. (Johan) 1466   Rooy van, J. (John) 1523 1 – 0
  Beijen, C.M. (Cees) 1630   Moncorvo, R. (Rodrigo) 0 1 – 0
  Gemiddelde Rating: 1685   Gemiddelde Rating: 1663 5-3

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *