“HOE VRESELIJK IS DIT ALLES”

“De onversaagde wanhoop van de hoofdpersoon die zich door grove miskenning ten gronde loopt roept een gewaarwording op, die men niet zonder ontroering zal gadeslaan.”

En het zag er allemaal zo goed uit. Weliswaar lieten we op station Utrecht het eerste team beleefd voorgaan in een overvolle trein, waarna de onze een tijdje stil stond vanwege een alarmmelding. Maar de Bommelkenners maken zich dan nooit druk; immers, zij weten, dat een bommelding geen kwaad kan. “Een Bommelding, jonge vriend, daar hoef je toch nooit bang voor te zijn.” Nadat de machinist een rondje rond de trein had gemaakt en zoals te verwachten niets verdachts had gevonden, kwamen we weliswaar iets te laat in de speelzaal, maar de klokken waren gelukkig nog niet aangezet.

Jan Jaap had in een vooruit gespeelde partij met zwart remise gemaakt en meldde ons daarna, dat zijn team altijd won, als hij dat deed. Welnu, Wouter mepte al snel met zijn toren een loper van f6, waarna zwart onvermijdelijk mat liep (1,5-0,5). Nadat Simon eveneens met de dreiging een witte loper op f6 te zetten had gewonnen na een uitstekend gespeelde partij, leek deze belangrijke wedstrijd eigenlijk beslist. We stonden met 2,5-0,5 voor en weliswaar zat Evert zwaar in de onoverkomelijke problemen, maar verder leek er geen vuiltje aan de lucht. Colijn leek me wat beter te staan met een vrije d-pion en een mooie loper tegen een paard, maar het was zeker niet eenvoudig. Evert verloor inderdaad; zijn Najdorf met de koning in het midden tegen een overvloed aan witte aanvallers stortte ineen (2,5-1,5), maar na de remise van Colijn leek alles heel overzichtelijk. We stonden met 3-2 voor; Frank en ik stonden een pion voor in het eindspel en John een kwaliteit tegen twee pionnen, die nog geen kwaad leken te kunnen. De overwinning lag in het bijna zichtbare verschiet.

Maar hoe anders zou het aflopen. John was al te royaal met zijn pionnen en enkele tempi en plotseling bleken de zwarte pionnen niet meer te stuiten (3-3). Frank kon zijn pluspion niet verzilveren, hetgeen ook niet heel eenvoudig bleek en dat betekende 3,5-3,5 met alleen mijn eigen partij tegen César Becx nog aan de gang. Ik herinnerde mij, dat hij me tientallen jaren geleden eens had beschwindeld en toen de fraaie uitspraak deed: “Hein Piet, hoe goed ze ook spelen, ze hebben allemaal een koning.” Om een lang verhaal kort te maken: ik weigerde remise, hetgeen 4-4 had betekend en stortte me vervolgens in het eigen zwaard. “Halsstarrig blijft de verblinde op winst spelen” schreef Donner eens en dat gaf de pijnlijke situatie goed weer.

Door deze nederlaag zijn we gezakt naar de fatale plaats 9 en goede voornemens voor 2016 lijken uitermate noodzakelijk!

 Stukkenjagers 2-Paul Keres 24,5-3,5
1Eric Nicolai-John Cornelisse1-0
2César Becx-Hein Piet van der Spek1-0
3Sourav Batatcharjee-Wouter Langerak0-1
4Peter Huibers-Jan Jaap Janserem
5Jasper Beukema-Simon Kronemeijer0-1
6Roland Daamen-Evert van Heel1-0
7Fré Hoogendoorn-Colijn Wakkeerem
8Erik-Jan Colijn-Frank Wilschutrem