50 jaar geleden: het 2e Universitaire Schaakkampioenschap van Utrecht (3 en slot)

De laatste twee rondes van de rondebulletins uit 1971: zie hier en hier voor de eerste twee delen. Onze huidige kanjers Anton en Kees zijn al bijna uitgeschakeld, maar knokken manmoedig door. We geven de bulletinschrijvers voor het laatst het woord:

6de ronde. De 6de ronde bracht weinig verrassingen: de partij Van Breukelen – Caljé eindigde na vele perikelen (eerst Gijs, later Tom moesten hun dame ruilen tegen enkele stukken) in een moeilijke afgebroken stand waarin Gijs met een vrije dubbelpion, paard en toren moest optornen tegen koning en 2 torens wat toch na het vinden van een goede zet niet te moeilijk bleek om de volle winst te veroveren. Anton Rosmüller zat weer aan de verkeerde kant van de score tegen Dirk Knol, die zo langzamerhand een figuur werd waar rekening mee gehouden moet worden in dit kampioenschap.

 

De illusies van Frans Bottenberg gingen in rook op na een door Bas van Riel met wit sterk gespeelde Franse partij (3. Pc3). Cees Vreeken blunderde aan alle kanten tegen Henk Duiverman (0-1), Spelbrink – Jongepier (0-1), Aalbers – Loman (½-½), remise op afspraak ondanks een gewonnen stand voor Loman, Disselhof – Evers (1-0), Buijs – Donker (0-1) leverden geen belangrijke uitslagen meer op.
Uitslagen 6de ronde: Van Breukelen – Caljé 1-0, Van Riel – Bottenberg 1-0, Knol – Rosmüller 1-0, Aalbers – Loman ½-½, Vreeken – Duiverman 0-1, Spelbrink – Jongepier 0-1, Disselhof – Evers 1-0, Buijs – Donker 0-1.

Hieronder de partij uit de 6de ronde tussen Van Breukelen en Caljé met analyses van de witspeler.

 

Verslag van de zevende en laatste toernooironde.
De stand na 6 ronden was als volgt: 1. Van Breukelen 5 punten, 2/3 Knol en Van Riel 4½ punten, 4. Bottenberg 4 punten, 5/6 Jongepier en Caljé 3½ punten, 7/9 Loman, Rosmüller en Aalbers 3 punten, 10/12 Disselhof, Donker en Duiverman 2½ punten, 13/14 Spelbrink en Vreeken 2 punten, 15. Buijs 1½ punt, 16. Evers 1 punt.

Omdat Knol en Van Breukelen elkaar in deze laatste ronde moesten “ontmoeten” kwamen alleen de nummers 1,2 en 3 van de ranglijst nog voor de eerste plaats in aanmerking. “Vedetten” als Rosmüller, Jongepier en Caljé alsmede de bescheiden Loman die wel erg vaak met de eerste trein naar huis toe wilde, kwamen al niet meer voor een ereplaats in aanmerking. De internationale ervaring waarop de heren Jongepier en Rosmüller zich sinds hun Elzas-avontuur konden beroemen (of zijn jullie al eens eerder de grens over geweest?) kwam bij Pieter tot uiting in een merkbaar toegenomen verbruik van Frans-georiënteerde zinswendingen; bij Anton was er een toename van het biergebruik te constateren!

Wat de partijen zelf betreft: Dik Knol kwam na langdurig laveren tegen Gijs in een beter staand eindspel terecht dat door Gijs al spoedig werd opgegeven. Commentaar van de verslagene: “Ik hoefde niet zo te winnen en de nederlaag tegen Dik is zeker geen schande, de beste heeft gewonnen.”. Frans Bottenberg, gekweld door vermoeidheid, door teleurstelling over zijn verlies uit de vorige ronde tegen Van Riel, alsmede door het luidruchtige gedrag van ene A.R., zag het soms wel zitten, soms niet (“Ik sta helemaal gewonnen” en even later “Als Tom Lc4 maar niet ziet!”). Commentaar van Frans op deze zinsneden: ik vind het erg leuk dat je ook enkele persoonlijke uitspraken hebt verdraaid!

Tom Caljé vergiste zich met een torenoffer op e2 (tegen een paard), maar kreeg daarna toch ijzersterk spel met het loperpaar. Van Riel verspeelde in deze ronde de kans om gelijk met Knol te eindigen door winst in twee zetten tegen Jongepier over het hoofd te zien, terwijl even daarna Pieter zo genereus was om in gewonnen stelling remise aan te bieden. Merck toch hoe sterck Utstud soms speelt! Donker zag niets meer tegen Vreeken die in 13 zetten korte metten met zijn tegenstander maakte, Spelbrink won van Buijs, Disselhof van Duiverman, Rosmüller en Loman speelden remise terwijl ook Aalbers en Evers remiseerden.

 

Resultaat van dit alles was dat Dik Knol de opvolger van Jacob Perrenet werd!
De eindstand luidde:
1. en Utrechts Universitair Schaakkampioen: Dirk Knol: 5½
2/3 Gijs van Breukelen en Bas van Riel: 5
4. Tom Caljé: 4½
5/6 Pieter Jongepier en Frans Bottenberg: 4
7/10 Loman, Disselhof, Aalbers, en Rosmüller: 3½
11/12 Vreeken en Spelbrink: 3
13/14 Donker en Duiverman: 2½
15/16 Buijs en Evers: 2

Toernooirésumé
De deelname was dit jaar aanzienlijk minder, althans kwantitatief gezien, dan vorig jaar. Mogelijk was door het “falen” van Pieter Jongepier en Anton Rosmüller alsmede door de haastige spoed van Loman die toch veel beter moet kunnen ook de kwaliteit minder, en zeker had het niveau van het toernooi hoger kunnen zijn als genoemde heren minder schaakmoe waren geweest. Ook Tom Caljé kwam minder uit de verf dan tijdens het onlangs uitgespeelde interne Utstud-kampioenschap; het feit dat hij overdag moest werken zal daar niet vreemd aan zijn. Gijs van Breukelen verraste door zijn sterke spel, en zijn veerkracht in moeilijke situaties gaf blijk van een goede mentaliteit! Dik Knol heeft het hele toernooi redelijk gespeeld, na een slecht begin tegen Aalbers; later herstelde hij zich en trad steeds energieker op tegen zijn tegenstanders. Bas van Riel speelde een sterk toernooi; aparte vermelding verdient hij om het feit dat hij als enige deelnemer ongeslagen bleef. Frans Bottenberg was goed op dreef en speelde enkele interessante partijen. In de lagere regionen verbleef Cees Vreeken, ietwat onverwacht gezien zijn groot tactisch vermogen, maar in zijn partijen met o.a. Duiverman en Caljé was hij met zijn gedachten toch te vaak elders. Eveneens drie punten haalde Spelbrink. Evers, Buijs, Duiverman en Donker ontfutselden elkaar enkele punten, maar moesten verder voorrang geven aan alle hoger geklasseerden op de ranglijst.
Ondanks bovengenoemde tegenvallers, was het een plezierig en spannend toernooi met veel sportieve hoogtepunten: om maar iets te noemen, de slotfase van de partij Caljé – Rosmüller was zeer sensationeel, Van Riel – Bottenberg weliswaar minder spectaculair maar een zeer rechtlijnige partij en op de slotavond Bottenberg contra Caljé wisten de aandacht langdurig vast te houden. En niet te vergeten Aalbers tegen Disselhof!

Een iets bewerkte kruistabel.

Uit deze matrijs blijkt dat kampioen Dik Knol van zijn directe concurrenten wist te winnen (of tegen Van Riel remise wist te maken), en dat hij slechts van de voor hem ongevaarlijke Aalbers verloor.
De laatste schaakavonden van dit seizoen worden in de Mensa (kamer 10) gespeeld, d.w.z. ca. 5 á 6 keer.


En zo is er weer een stuk historie vastgelegd. De redactie wordt altijd blij van dit soort vondsten, dus schroom niet om ze aan te leveren! Ook aanvullingen, herinneringen aan de spelers en dergelijke zijn zeker welkom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.