50 jaar geleden: het 2e Universitaire Schaakkampioenschap van Utrecht (1)

Bij het zeer geslaagde jubileumevent konden we diverse grootheden van vroeger in het echt zien. Soms hadden ze materiaal meegenomen dat we eigenlijk graag in het jubileumboek hadden opgenomen. Gelukkig kunnen we anno 2021 daar ook andere mooie dingen mee doen.

Zo kregen we van Manfred van Bergen een prachtig verzorgde map met stukken uit de jaren ’70, waaronder een volledige set aan clubbladen en de rondebulletins van het 2e Universitaire Schaakkampioenschap van Utrecht 1970. Een toernooi met 18 spelers, grotendeels lid van het organiserende Utstud, die op 7 aansluitende avonden een fraai toernooi afwerkten. En met twee spelers die nog steeds lid zijn van wat inmiddels Paul Keres heet!

Een willekeurige pagina

Op een regenachtige zaterdagmiddag besloot ik deze bulletins maar eens vast te leggen. Niet eenvoudig, want de typemachine van dienst had een e die ook voor een c of een o door kon gaan. En zo tegen ronde 7 was het lint wel een beetje op. Toch lukte het om alles te vereeuwigen, en zo had ik het UUSK 1970 voor het nageslacht vastgelegd. Althans, dat dacht ik, want toen ik Kees vroeg naar zijn herinneringen, meldde hij dat het 1971 moest zijn. En na enige gepuzzel meldde hij het volgende:

Ik heb net even opgezocht op welke dag 17 april 1971 viel: op een zaterdag. Dan moet het toch 1971 zijn.
Nog een check: op woensdag 14-4-1971 speelde Ajax uit tegen Atletico Madrid (1-0 nederlaag) en PSV thuis tegen Real Madrid (0-0).
Tenslotte een scan van mijn notatiebiljet van de partij Rosmuller-Vreeken. Geen hard bewijs, want die kan ik later hebben ingevuld, maar het ziet er (net als de andere partijen) wel origineel uit. Allemaal uit 1971.
Mooie mystificatie.

1971!

Helder dus, de bulletins gaan over 1971. In 1970 won Jacob Perrenet, in 1972 Pieter Jongepier en in 1973 Guus Rol. Daarna werd het toernooi opengesteld voor niet-studenten, en begint de illustere lijst die hier te zien is.

De rondebulletins en de daarin opgenomen partijen bleken (na ontcijferen) heel aardig. Deze volgen hieronder. Vanwege de hoeveelheid, en om de spanning erin te houden, doen we dat in delen. Hieronder zijn ronde 1, 2 en 3 te zien; later de rest. Schrijvers zijn vermoedelijk Gijs van Breukelen en Manfred van Bergen.

2e Universitaire Schaakkampioenschap van Utrecht
De deelname was dit jaar minder groot dan vorig jaar, wat vermoedelijk te maken had met het tijdstip, nl. te dichtbij examens en mooi weer. Desalniettemin een sterk bezette groep met 16 deelnemers en theoretisch 4 tot 8 kanshebbers. De eerste avond zou gespeeld worden in Chez Bébé, de volgenden in de Burg. Reigerstr. 67, een psychologisch instituut, wat ons gratis en bereidwillig ter beschikking was gesteld. Er zouden 7 ronden Zwitsers systeem worden gespeeld op de avonden van 14 t/m 21 april. Alleen de zaterdag was vrij. Jouke Heringa heeft zich bereid getoond de wedstrijd te leiden.

1e ronde. Jongepier – Loman ½ – 1/2; Disselhof – Caljé 0-1; Knol – v. Riel ½ – ½; Rosmuller – Vreeken 1-0; v. Breukelen – Spelbrink 1-0; Buys – Aalbers ½ – ½; Evers – Donker 0-1; Bottenberg – Duiverman 1-0.

Deze begon met enkele complicaties omdat deze ronde samenviel met de ook in des schakers ogen zo belangrijke Europawedstrijden van Ajax en PSV. Dit werd op een speciale wijze opgevangen: iedere deelnemer kon van tevoren aan de wedstrijdleider kenbaar maken of hij wilde schaken of “voetballen”. Tussen de schakers enerzijds en de voetballers anderzijds werd onderling geloot. De voetballers moesten hun partij voor het begin van de volgende ronde voltooid hebben. Dit bleek een goede oplossing te zijn.
Op de borden ontstond meteen al een felle strijd, temeer omdat de loting al enkele favorieten tegen elkaar bracht, zoals Jongepier – Loman. Was een taaie positionele strijd, waarbij Jongepier in ‘t begin een remiseaanbod afsloeg, omdat remise tegen zijn principes zou zijn. Piet wist z’n slechte loper af te ruilen en men brak af bij een toreneindspel plus een hele reut pionnen. Werd de volgende dag remise. Disselhof bleek tegen UTSTUD’s favoriet Caljé zeer veel sterker en vooral taaier dan vorig jaar toen hij, net uit militaire dienst, niet kon imponeren. Hij moest op een gegeven ogenblik met wit de kwaliteit offeren tegen pion en hield tot het afbreken uitstekend stand. Na hervatting toch door zwart gewonnen.

Knol – v. Riel, met de in het toernooi in Straatsburg zo succesvolle Knol in de opening iets beter staand. Er werd veel tijd gebruikt door beiden, maar v. Riel wist in het middenspel een pionnetje te veroveren, nadat Knol een remisevoorstel had afgewezen. Op de 19e zet werd toch een beetje lichtzinnig tot remise besloten. Rosmuller – Vreeken werd een ingewikkelde partij die regelmatig door de zichzelf altijd als favoriet tippende Rosmuller werd gewonnen. Aalbers heeft enkele kansen laten liggen om de zeer merkwaardige Siciliaan van Buys te weerleggen. Remise. Evers – Donker werd de volgende dag gewonnen door zwart en tenslotte Bottenberg – Duiverman was in slechts 13 zetten bekeken. De hele Slavische variant stond in Euwe. Je moet het maar weten! 1-0.

De stand na de eerste ronde: 1 t/m 5 Rosmuller, v. Breukelen, Donker, Bottenberg, Caljé; 6 t/m 11 Jongepier, Knol, Loman, v. Riel, Aalbers, Buys; 12 t/m 16 Evers, Vreeken, Spelbrink, Disselhof, Duiverman.

 

2e ronde. Rosmuller – v. Breukelen 0-1; Donker – Bottenberg 0-1; Caljé – Jongepier ½ – ½; Loman – Disselhof 0-1; Aalbers – Knol 1-0; v. Riel – Buys 1-0; Vreeken – Spelbrink 1-0; Duiverman – Evers 0-1.

Ook de tweede ronde zou zeer spannend en verrassend verlopen. Indien er publiek en tribunes geweest waren, had men onophoudelijk een klaterend applaus kunnen vernemen voor de trotse overwinnaars, die telkens uit het strijdgewoel tevoorschijn traden. Handtekeningen zou men hebben gevraagd van de tevoren nog totaal onbekende winnaar. Herhaaldelijk zou men spontaan het “Io Vivat” hebben aangeheven en de persmensen zouden een onrustige avond beleven, vanwege het vele nieuws dat zij moesten verwerken. Helaas was er weinig publiek om de sensaties mee te maken, hoewel Gerrit Slotboom, die men natuurlijk onder pers kan samenvatten en Manfred v. Bergen wel al dit schoons hebben aanschouwd en van hun belangstelling blijk gaven.

De onoverwinnelijke Rosmuller ging ten onder tegen de nog steeds (op zijn pen) malende v. Breukelen. Voorwaar, een fraaie come-back van deze door pech en onkunde geplaagde speler, eerder dit seizoen. Vervolgens Donker – Bottenberg; zwart won gewoon, niet in het minst doordat wit een toren en price liet staan. Caljé – Jongepier werd een Franse, uiterst spannende partij met Caljé in de aanval. Piet was zeer blij met zijn voor het eerst op Caljé behaalde remise. Het was wel tegen zijn principe (nooit remise), maar ja… Disselhof won in een positionele partij met zwart van Loman, wat eigenlijk ook verrassend was. Tenslotte won de (nog) onbekende Aalbers van Knol, die kennelijk Straatsburg nog in de benen heeft en de partij te optimistisch en nonchalant had opgezet. Dat v. Riel – Buys 1-0 (Spaans), Vreeken – Spelbrink 1-0 en Duiverman – Evers 0-1 werd sprak toen al minder tot de verbeelding. Het feit, dat Caljé, Knol, Loman en Rosmuller nu al minimaal een punt achter staan belooft een spannende strijd in de toekomst.

De stand na 2 ronden: 1-2 v. Breukelen, Bottenberg 2 pnt; 3-5 Aalbers, Caljé, v. Riel 1½ pnt; 6-11 Jongepier, Disselhof, Rosmuller, Vreeken, Donker, Evers 1 pnt; 12-14 Loman, Knol, Buys ½ pnt; 15-16 Spelbrink, Duiverman 0 pnt.

3de ronde. Van Breukelen en Bottenberg die bij het ingaan van deze ronde gezamenlijk bovenaan stonden durfden in hun onderlinge partij weinig risico te nemen. De partij eindigde dan ook in remise, reeds na 20 zetten (½ – ½). Zo eindigde ook de partij Disselhof – van Riel maar eerst na ruim 4 uur spelen en een dikke 50 zetten. Disselhof had (naar zijn zeggen) lange tijd op winst gestaan maar had het tegen het einde niet meer zo zien zitten. Opmerkelijk in deze partij was nog dat Bas er bijna 2 keer zo veel tijd voor nodig had als zijn opponent.

Jan Aalbers stond tegen Pieter Jongepier voor de moeilijke opgave te bewijzen dat zijn overwinning op Knol in de vorige ronde geen toevalstreffer was geweest. Dat lukte hem niet; na 20 zetten had Pieter reeds zo’n sterke stelling opgebouwd dat Aalbers het mat alleen nog d.m.v. een stukoffer kon pareren. De rest had hij zich wel kunnen besparen. Na 13 zetten in de partij Caljé – Rosmüller zag het er niet naar uit dat Anton deze partij ging winnen. Rosmüller had zich van de Tarrasch-verdediging bediend die Caljé echter beter bleek te beheersen. Anton vocht vanuit een moeilijke stelling goed terug en wist de partij nog in zijn voordeel te beslissen. Vreeken won op regelmatige wijze van Evers waardoor hij zich weer onder de kanshebbers schaarde. Dat Loman van Donker zou winnen lag in de lijn van de verwachtingen, al moet gezegd dat Donker hem hierbij wel erg behulpzaam was door na luttele zetten een centrumpion prijs te geven.

Knol bleek zich goed hersteld te hebben van zijn onverwachte nederlaag in de tweede ronde. Buijs was het slachtoffer. In de partij Spelbrink- Duiverman tenslotte dacht Spelbrink d.m.v. een loperoffer op f7 een pion te winnen maar kreeg een zet later de schrik van zijn leven toen bleek dat niet hij een pion maar Duiverman een stuk won. In zijn wanhoop offerde Spelbrink toen nog maar een stuk, vermoedelijk onder het motto dat wie A zegt ook B moet zeggen. Dat hij het desondanks nog enkele uren volhield pleit voor hem. Uitslagen: Van Breukelen – Bottenberg ½-½, Knol – Buijs 1-0, Jongepier – Aalbers 1-0, Caljé – Rosmüller 0-1, Evers – Vreeken 0-1, Donker – Loman 0-1, Disselhof – van Riel ½-½, Spelbrink – Duiverman 0-1.

Stand na 3 ronden: van Breukelen en Bottenberg 1 en 2: 2½ punt; 3 t/m 6 Vreeken, van Riel, Rosmüller en Jongepier: 2 punten; 7/11 Aalbers, Caljé, Knol, Loman en Disselhof: 1½ punt; 12 t/m 14: Evers, Donker en Duiverman: 1 punt; 15 Buijs ½ punt; 16 Spelbrink: 0 punt.

 

Tot zover. We houden de spanning er nog even in. Ronde 4 en verder komen later deze maand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.