Floor schaakt Door #18: Hein Piet tegen de wereldkampioenen, de trilogie

Floor schaakt door

Een ooggetuige beschrijft: Het was als een lopend vuurtje gegaan dat Tal, zijn natuur getrouw, een fantastisch offer had gepleegd en reeds had zich een menigte mensen rondom het bord van Van der Spek verzameld. Nu hield hij wederom halt en doofde zijn sigaret. Tegen zijn gewoonte in stak hij niet direct een andere op. In plaats daarvan omklemde hij de rand der tafel met beide handen en boog zich voorover. Nog meer werd de spanning in de aangroeiende menigte voelbaar. Men klom op tafels en stoelen. Naast mij stond een jongeman die op de club algemeen voor onnozel werd gehouden. ‘Witte toren vooruit’ lispelde hij eenvoudig en beende weg om in een hoekje van de zaal de stelling nog eens voor zichzelf op te zetten. Buiten mij scheen niemand het te horen. Wel hoorde men luid “Spekkie voor het bekkie”. Met een langgerekt Ssst.. werd de grapjas tot stilte gemaand. Wij allen keken naar het bord en aanschouwden daarbij ook het gelaat van de vermaarde Tal. Binnen in hem geleek er een vuur te branden. Vol ontzag waren wij. Wij keken slechts maar Hij, de tovenaar van Riga, Hij Zag! Bij dit alles bleef Hein Piet uiterst kalm en geleek onbewogen. Toen hij gewaar werd dat Tal een nieuwe sigaret ging opsteken bood hij hem fluks het vuur ener lucifer om in een enkel gracieus gebaar zijn eigen rookwaar aan te steken, zijnde een flinke cigaar. Tenslotte week Tal terug en speelde de raadsheer van de zwarte velden naar c7.

Toen Hein Piet vorig jaar verhaalde over zijn simultaanpartijen tegen maar liefst drie wereldkampioenen begreep ik meteen dat daar een leuk artikel in zou zitten. Nu ik een eigen rubriek had, lette niets mij meer er verder werk van te maken. Ik schreef Hein Piet nog eens aan; dat mijn rubriek Floreerde en dat ik hoopte het nog verder luister bij te zetten door over zijn schaakdaden tegen de sterksten der aarde te verhalen. Daarbij sprak ik de hoop uit dat hij het zou larderen – maar het begrip doorspekken (doorSpekken, haha, tot zover de taalgrappen, beloofd!) is misschien beter op zijn plaats. Ik verzocht Hein Piet om de notatie van de partijen en wat te graven en te spitten in zijn geheugen. Hij was zo goed aan mijn verzoek te voldoen met slechts een enkel probleem. De gebeurtenissen van zoveel jaren her lieten slechts een braak liggend terrein zien waar dat zich niet meer leende voor enige ontginning. Gelukkig wist hij nog een aardig tijdsbeeld te schetsen en kreeg hij enkele aardige geschiedenissen op en rondom het schaakbord weer levendig voor de geest.

Goed, in 1964 was Spassky dan wel nog geen wereldkampioen, wel was hij sterk in opkomst. In dat jaar won hij een toernooi in Belgrado en won hij het zonetoernooi in Moskou om vervolgens mee te spelen in het Interzonetoernooi, te Amsterdam. Hij zou het gedeeld winnen, met Larssen, Tal en Smyslov. Hiermee stelde hij zijn kandidatuur voor de strijd om het wereldkampioenschap in letterlijke zin. De datum laat zien dat A’dam alwaar de laatste, 23e ronde, op 21 juni was verspeeld.
Een Russiche delegatie waaronder Spassky Tal en Stein kwam afzakken uit A’dam. Het ging naar Leiden LSG had hen voor een prikkie weten te strikken voor een simultaan. Ze zouden het een ieder op gaan nemen tegen 40 man in de grote kantine van Clos en Leembruggen.

Het volgende neem ik dankbaar over van de site www.zoetermeeractief.nl.

Al om 23 uur was Tal het eerst klaar. Tal zette met een verbluffend hoog tempo een ongelooflijk hoge score van 95% neer. Verder opvallend aan Tal was zijn “kettingroken” en zijn vriendelijke houding. Hij verloor slechts van Philidorspeler J.J. Piket en maakte remise met A. van Oosten (LSG) en R. Marbus (Leiderdorp). Er waren ook tientallen toeschouwers die staande op tafels en stoelen, het spannende eindspel volgden tussen Tal en de toen nog jeugdige LSG’er J. Kijne. De toenmalige voorzitter van de LSB, P. Venema, sprak in het Duits een welkomstwoord en na afloop een dankwoord. Uiterst voldaan ging iedereen huiswaarts na dit prachtige schaakevenement.

Hein Piet bleek gekoppeld aan Spassky. Dit is wat hij mij erover schreef;

Van de simultaan tegen Spassky herinner ik me heel weinig. De datum -24 juni 1964- vertelt me, dat
ik recent mijn kandidaatsexamen klassieke taal- en letterkunde had behaald en dat ik al ruim een jaar
getrouwd was met Marijke en dat ben ik nog steeds. Ik speelde voor LSG, dat toen in de eerste klas
speelde. Het was in de tijd, dat de KNSB-competitie per klas nog maar acht teams telde; de
uitbreiding naar tien kwam in de jaren 70.
In Leiden was er een grote rivaliteit gegroeid tussen LSG en Philidor, dat de laatste jaren steeds
sterker was geworden. LSG was de “heren- en studentenclub” en Philidor was gewoner; ik weet niet,
hoe ik het anders moet formuleren. Bij LSG speelde Carel van den Berg aan het eerste bord en was
Jacob Kort clubkampioen, bij Philidor waren Joop en Theo Piket, RAG de Graaff, Ad van den Berg en
Maarten Etmans de bekendste spelers.
Er is nog wel een mooi verhaal aan deze rivaliteit verbonden: ik was bevriend geraakt met enkele
Philidorspelers en op een feestje bood hun teamleider –ik zal zijn naam niet noemen- mij 100 gulden,
als ik zou overstappen naar Philidor. Ik bedankte vriendelijk, maar vertelde het wel verder en toen
vonden een paar Philidorspelers, dat zij ook wel 100 gulden wilden hebben. Daarop ontkende de
teamleider alles. Ik werkte in die tijd ook als parttime journalist bij de Leidse Courant en korte tijd
later werd mij de toegang tot het clubgebouw van Philidor officieel ontzegd. Maar ach, in 1972 deed
ik gewoon mee aan de onderlinge van Philidor Leiden en in de jaren 80 heb ik op verzoek van Joop
Piketr zelfs drie jaar voor ze in de hoofdklasse gespeeld.
In 1964 had LSG een fraai Noteboomtoernooi georganiseerd met o.a. Botwinnik, Flohr, Trifunovic,
maar Spassky deed daar niet mee. Ik heb een middagje met Flohr zitten snelschaken met een inzet
van een kwartje per partij. Ik verloor uiteraard meestal en we spraken Duits tijdens het vluggeren.
“Ach, man kann doch alles spielen”, merkte ik op, toen ik een ongebruikelijke opening speelde,
waarop Flohr antwoordde: “Ja, wenn man viele Kwartjes hat!”.
In de partij tegen Spasski koos ik een variant, die ik van mijn Philidorvrienden had afgekeken. Daar
gold het als een remisevariant en ik neem aan, dat ik dat tegen Spasski voldoende vond.

Notatieformulier

De volgende (voormalig)wereldkampioen diende zich vijf jaar later aan. De grote Botwinnik die over zo’n lange periode, met tussenpozen, over de schaakwereld had geregeerd.

Hein Piet verhaalt:

Het geheugen is toch een onbetrouwbare bondgenoot. Als ik de datum 4 februari 1969 niet had
gezien, had ik zonder meer beweerd, dat deze partij in 1970 was gespeeld. Toen had LSG namelijk de
prachtige vierkamp tussen Botwinnik, Spassky, Larsen en Donner in Oegstgeest georganiseerd. Ik
was, hoewel ik al in 1965 naar Den Haag –en naar DD- was verhuisd, nog steeds bevriend met de
hoofdorganisator. Daarom weet ik nog, dat het oorspronkelijk de bedoeling was, dat Botwinnik
afscheid zou nemen van het officiële wedstrijdschaak via een match met niemand minder dan Bobby
Fischer. Fischer –ik heb zijn brief gelezen- was zeer vereerd, had uiteraard een aantal praktische
eisen, die zonder meer ingewilligd konden worden, maar het liep stuk op zijn eis, dat de match niet
over tien partijen zou gaan, maar over een nader te bepalen aantal winstpartijen. De financiële
consequenties daarvan waren door LSG uiteraard niet te overzien en Fischer betreurde dat in een
tweede, keurige brief.
Waarom Botwinnik ook in februari 1969 in Leiden was –ik kan niet achterhalen, of hij toen ook aan
het Noteboomtoernooi meedeed- weet ik niet en ik denk, dat ik alleen vanwege mijn vriendschap
aan de klokséance mocht deelnemen.
Ik heb nog een aardige herinnering, maar die moet ook uit 1970 geweest zijn. Ter ere van Botwinnik
en Spassky gaf de Russische ambassade een receptie voor de organisatoren en Marijke en ik waren
ook uitgenodigd. Een week daarvoor kregen we een geheim agent van de BVD (Binnenlandse
Veiligheids Dienst) –gekleed in de klassieke regenjas- op bezoek, die op de hoogte was van ons
voornemen naar die receptie te gaan. Hij raadde ons dat met klem af en toen hij merkte, dat hij ons
niet overtuigde, waarschuwde hij ons nadrukkelijk voor de tweede secretaris. Dat was een heel
vriendelijke, maar heel gevaarlijke man. De receptie was heel geanimeerd; we hebben voor het eerst
wodka gedronken en erg gelachen, maar ik geloof niet, dat we geïndoctrineerd zijn.

Aan dit schrijven kan ik nog toevoegen dat mij inmiddels duidelijk is geworden wat hij in Nederland deed; hij had in januari meegedaan in Wijk aan Zee.

Tenslotte dan Tal, die in 1960 wereldkampioen was geworden door Botwinnik te verslaan om een jaar later de titel weer te verspelen aan dezelfde Botwinnik.

Gespeeld te Roermond in op 30 januari 1976. De datum doet vermoeden dat ookTal op doorreis was na in het Hoogovenstoernooi gespeeld te hebben.

Hein Piet schrijft:

Hieronder mijn partij tegen Tal uit de V&D simultaanséance. Ik heb die eerlijk gezegd nooit meer
geanalyseerd; dat deed ik eigenlijk vrijwel nooit, dus misschien had ik best een goede schaker kunnen
worden. Ik heb er niet heel veel herinneringen aan; het is ook bijna een halve eeuw geleden. Ik weet
wel, dat ik een paar jaar later als kampioen van Limburg zelf één van de simultaangevers was en 30
uit 30 haalde, uiteraard tegen de zwakste spelers. Na afloop bij een drankje zei organisator Berry
Withuis –de raadselvader- tegen de (groot)meesters (o.a. Kavalek, Hans Böhm en de anderen weet ik
niet meer), dat ze maar een voorbeeld aan mij moesten nemen: ik was het eerste klaar en ik was de
enige, die alle partijen had gewonnen.
Ik heb nog simultaan-remises gemaakt met Botwinnik, Spasski en Kortsjnoj, maar verloor ook in
20 zetten van Van Scheltinga. Zoals Bruno Carlier een tijdje terug zei, toen we wat
herinneringen ophaalden: “Jij kon van iedereen winnen”, maar met mijn antwoord: “Ja, maar ik
kon ik ook van iedereen verliezen” stemde hij lachend in.

In twee partijen ging het kalm, de derde springt eruit en is een prachtig spektakel. Welke? Die tegen Tal natuuurlijk!
Ik serveer alvast wat diagrammen uit.
Uit de partij tegen Spassky;

Uit de partij tegen Botwinnik:

Uit de partij tegen Tal:

One thought on “Floor schaakt Door #18: Hein Piet tegen de wereldkampioenen, de trilogie

  1. Geweldig artikel en interessant te beseffen dat Hein-Piet tenauwernood aan de ijzeren greep van onze Marxistische vrienden is ontkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.