Vijfde wint wel maar dendert niet

Het vijfde heeft ook zijn derde wedstrijd tot een goed einde gebracht. Tegen de reserves van De Rode Loper werd een 5½ – 2½ overwinning geboekt, waarmee de honderdprocent score intact bleef. De hoop op promotie volgt de beoogde weg maar van doordenderen kan niet worden gesproken want ten tweede male was de zege cijfermatig minder indrukwekkend dan – misschien! – mocht worden verwacht.

Pim te Lintelo moest op het laatste moment verstek laten gaan en teamcaptain Ger diende deze middag de bar in goede banen te leiden waardoor het vijfde enigszins verzwakt aan de start verscheen.  Voor de twee matchpunten was dat geen probleem. Jelle liet zien dat zijn verzwakte koningsstelling veel beter te verdedigen was dan de degelijk ogende van SGS-voorman Van Lingen, en bracht ons aan de leiding. ‘Laatste man’ Gerard had weliswaar een slechte loper tegen een sterk paard, maar zijn tegenstander maakte daar geen punt van en ging akkoord met remise. Ook Klaas kwam daartoe, nadat hij stukwinst had overzien. Kopman Erik bleef topscorer door ook zijn derde partij te winnen. Met het planten van een octopus op d3 hield hij de vijandelijke koning in het midden vast en het verdere positionele voordeel van het loperpaar in de open stelling deed de rest.

Zo leidden we halverwege de middag met 3 – 1 and more to come. Waarnemend teamleider Rolf had de Caro-Kann van zijn tegenstander volledig ingesnoerd en won door verstikking waarmee één matchpunt was zeker gesteld. Uw scribent oogstte lof van zijn tegenstandster toen hij zijn kennis der Franse taal etaleerde, maar van de aan haar voorgeschotelde zettenreeks bleek demoiselle Vulpas minder onder de indruk. Menig harer respons was mij ontgaan, maar zij greep mis in een poging de diagonaal a2-g8 voor de lastige loper op a2 te blokkeren. Deze matige imitatie van het gelehesjesprotest voerde haar rechtstreeks naar een verloren eindspel (5 – 1).

Daarmee leek de koek op. Invaller Peter had te dealen met een steeds dreigender oprukkende vijandelijke vrije b-pion, maar zette daar geen doorbraak van zijn pionnenmeerderheid in het centrum tegenover. En na een ‘vergeten’ terugslag was het pleit met een stuk minder snel beslecht.  Jeroen was in het verre eindspel in een verloren positie terecht gekomen, maar vlak voordat de vijandelijke pion naar d8 zou stappen had hij iets gecreëerd dat op eeuwig schaak leek. Leek!! Het was het niet, maar zijn tegenstander durfde er niet uit te stappen, dus remise (5½ – 2½).

Niet slecht, niet denderend, maar nog vier keer zo’n uitslag en on est arrivé!

 

Paul Keres 5 1822 De Rode Loper 2 1729
1. Erik Corneth 1973 Martijn Eefting 1876 1 0
2. Rolf Dijksterhuis 1881 Ashraf Ibrahim 1863 1 0
3. Klaas Veldhuijsen 1804 Peter Hoogakker 1804 ½ ½
4. Peter van den Belt 1710 Hendrik Aldenberg 1671 0 1
5. Jeroen Bollaart 1919 Almer Toby 1697 ½ ½
6. Wim Velker 1850 Fanny Vurpas 1 0
7. Jelle Vellema 1694 Henk van Lingen 1578 1 0
8. Gerard Halve 1748 Roman Attinger 1612 ½ ½

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.