Wageningen uit, bijna altijd lastig

Het was weer zover, we mochten naar Wageningen!
Paul Keres 1 en Wageningen 1 spelen allebei al een mensenleven in de eerste klasse, en we komen elkaar dan ook geregeld tegen. Voor mijn gevoel gebeurt dat altijd in Wageningen, en dat is eigenlijk wel prettig. Het is niet al te ver, de Vredehorst is een fijne locatie, en met een beetje mazzel kan je nog een partijbespreking van Jan Timman meepakken. Daarmee hebben we ook het grote gespreksonderwerp van een wedstrijd tegen Wageningen te pakken, want wie o wie mag het dit keer opnemen tegen Timman? In een ambitieus team als het onze is het knokken voor die ererol, vorig jaar speelde Jan Breukelman een interessante remise, en ook de partij Vermeulen-Timman zullen beide heren nog niet vergeten zijn.

Ditmaal had ik de eer gekregen om op bord 1 te mogen zitten, maar helaas voor mij liep Timman een bordje verder en nam hij plaats tegenover onze Demre. Beide teams waren niet helemaal compleet, aan Wageningse kant ontbrak Yochanan Afek, en wij misten Joris en David, die allebei zulke wilde vrijdagavond plannen hadden dat ze weinig vertrouwen hadden in een zaterdagse schaakwedstrijd. In een team van 11 betekent dat dus dat je een invaller nodig hebt, en dat werd Wageningen-specialist John Cornelisse.

Geen Timman voor mij dus, maar Sander van Eijk is ook geen misselijke tegenstander. Het ging verrassend soepel. Voorafgaand aan de partij hield ik een kleine peiling bij wat leden van het eerste team over wat mijn eerste zet moest worden, en de meeste stemmen waren voor 1.g3. Dat resulteerde na twaalf zetten in de volgende stelling:

Toevallig had ik dit al een keer op het bord gehad tegen Niels in de interne, hij ging verder met 12…d5, maar heeft er ook niet al te veel goede herinneringen aan overgehouden. Sander koos voor het logische 12…f5, maar na 13.Pc4 Pc8 14.exf5 gxf5 15. f4 e4 16. Pe3 d5 17.dxe4 stond zwart voor een zeer onaangename keuze.

Met de d-pion terugpakken resulteert in een dramatisch eindspel na 18.Dxd8 Pxd8 19.Pc7, en met de f-pion terugpakken geeft wit een vernietigende aanval met 18.f5!. Het laatste geschiedde en de partij duurde niet al te lang meer.

Een vrij vlugge 1-0 dus, en het was al duidelijk dat het daar niet bij zou blijven. De Wageningse toppers zaten op borden 1 en 2, en de daaropvolgende sterkste spelers zaten op 9 en 10. Dat betekende dat op papier het krachtsverschil op 3 t/m 8 vrij groot was, en dat zou ook zo blijken. Op zijn zo geliefde bord 6 tikte Niels vlotjes de 2-0 binnen. Hij speelde tegen zijn eigen Engelse opening, en deed dat met verve. Het (lichte) commentaar is van Niels:

Stap – Ondersteijn

Peter en Paul zorgde vervolgens voor 3- en 4-0. Bij Paul mislukte de opening een beetje, maar het krachtsverschil met de Wageningse invaller was simpelweg te groot. De zwarte stelling werd beter en beter, wat uiteindelijk zorgde voor damewinst. Daar had wit nog wel wat stukken voor, maar het bleek te lastig om de stelling bij elkaar te houden. Daarmee staat de doctor nog altijd op 100%!

Peter kreeg op 5 een echte botwinnik tegen zich.Voor de kenners, tegenstander Sminia speelde de hoofdvariant met Db6, en na Pa4 niet de hoofdzet Db5, maar Da6!?. Daarna slopen er wat onnauwkeurigheden in bij zwart, en een cruciaal moment kwam in de volgende stelling:

Het witte 19.h4 was niet helemaal handig, en gaf zwart nog een kans. Na 19…Lxg5 20.hxg5 exd5 is de stelling zeer onduidelijk, omdat na zowel Pxd5 als Lxd5, Pe5! komt, met een vervelende penning over de d-lijn. Het gespeelde Pb6 was wat traag en na 20. Dg4 Lxg5, 21.hxg5, Pxd5 22.Pe4! had Peter de stelling volledig onder controle. De rest van de partij was een kolfje naar zijn hand.

Goed, 4-0 dus. Dit was ongeveer het moment dat Wageningen ook op het scorebord kwam, en dat gebeurde op bord 10. Evert was prettig uit de opening gekomen tegen Erwin Oorebeek, maar koos vervolgens voor een geïnspireerd, maar niet zo sterk plan. De zwarte loper moest en zou namelijk van h8 naar a5 gemanoeuvreerd worden, wat een hoop tijd kostte en weinig opleverde. Uiteindelijk miste de witspeler nog een goede kans, en liep eindigde de partij vreedzaam in een zetherhaling.

Dit halfje bleek echter meer een intermezzo dan de start van een Wageningse comeback, want de puntenmachine ging weer aan. Om te beginnen bij de Breuk op bord 4. Jan kwam goed uit de opening, en mompelde na afloop van alles over de WK match Karpov-Kasparov en een sterk verbeterde Tarrasch. Of zulke klassiek geschoolde schakers wel een rattenshirt aan mogen doen is wat mij betreft een goed onderwerp voor de volgende ALV. Enfin, ook mensen die nooit een partij van Karpov hebben bestudeerd konden zien dat zwart een hele goede versie had van een geïsoleerde d-pion structuur, met een hoop actieve stukken en een wat losse witte toren. In de volgende stelling schoot de vlam in de pan:

Jan ging hier in wederzijdse tijdnood voor het fraaie 23… Pxc3!?
Het had absoluut het gewenste effect, want de witte speler reageerde met 24. Pxc3? wat na Pf3+ uiteindelijk een kwaliteit kost, waarna Jan het simpel af maakte en ook zijn 100% behield.
De grote vraag is natuurlijk, hoe staat het eigenlijk na 24. bxc3?
In de analyse kwam het volgende fraaie geheel op het bord: 24…Pd3 25. Kf1, Lxd4 26. Txd4 Dxg2+!! waarna zwart aan het eind van de rit weer een kwaliteit voorblijft. Wit heeft echter ook andere opties op de 25ste zet, en zwart kan ook overwegen eerst dames te ruilen op c2 en dan pas Pd3 te spelen. Het was in ieder geval nog een hele strijd geworden.

5,5-0,5 en de matchpunten waren binnen! De machine stokte echter nog niet, en Wesley en John tekenden voor 6,5 en 7,5. Bij Wesley was dat al wel een tijdje de verwachting. Zijn tegenstander trapte in een openingsvalletje, en eigenlijk verwachtte iedereen een snel punt, maar zwart bleek toch bijzonder taai. Na het betere duw-en-trekwerk ging het punt uiteindelijk toch naar de onzen. John speelde op 9 tegen Bert Torn een moeilijke partij. Hij won met een aardig tactisch grapje een pion in het vroege middenspel, maar zwart kreeg behoorlijke compensatie. Dusdanig veel compensatie zelfs dat het uiteindelijk John was die een toreneindspel met een pion minder moest gaan verdedigen. Daarin gebeurde echter iets verschrikkelijks voor de arme teamcaptain van Wageningen

Het leek zwart hier een goed idee om met Tc6 torenruil aan te bieden, en de toren van het mooie veld c5 te verjagen. Er was echter een klein probleem, het pionneneindspel na Txc6 Kxc6 bleek niet gewonnen voor zwart, maar voor wit! Wit heeft namelijk de fraaie doorbraak g5! waarna een van de witte pionnen op h8 een dame wordt.

Met de 7,5-0,5 tussenstand was het goede nieuws wel voorbij. Demre kon het op bord 1 niet bolwerken tegen Timman. Ik was nog zo optimistisch toen onze man de fraaie manoeuvre Pc6-a7-b5 uitvoerde, maar uiteindelijk bleek Timman alles behoorlijk onder controle te hebben en te houden. Dan rest ons nog de webmaster. Xander speelde een lange manoeuvreer-partij tegen Fred Jonker, en het lukte maar niet om hem omver te krijgen. Alles werd uit de kast getrokken, maar verder dan remise kwam Xander niet. Kudos voor zijn tegenstander die knap stand hield.

Eindstand: 8-2. Een overtuigende overwinning, en we liggen nog altijd keurig op schema. Zukertort Amstelveen won ook en volgt ons op slechts enkele bordpunten. En laat dat nou net de komende tegenstander zijn, 14 December in de Noteboom. Supporters zijn van harte welkom!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.