In Memoriam Peter Monté

Voor mij geheel onverwacht is vorige week mijn oude schaakmakker Peter Monté na een kort ziekbed overleden, 78 jaar oud. Vele seizoenen speelden we samen in het tweede team van Paul Keres. Hij woonde in Voorburg en logeerde dan één keer per maand bij mij en dan bereidden we ons – meestal in het Ledig Erf – voor op de komende wedstrijd. Hij heeft dit volgehouden tot 1999 toen hem dat heen-en-weergereis een beetje te veel werd. Daarna verwaterde het contact tussen ons.

In november 2014 belde hij me met de blijde boodschap dat zijn boek eindelijk klaar was en uitgegeven. Op 30 november ging ik bij hem op bezoek en hebben we nog een dag gevluggerd als vroeger. Bij het afscheid kreeg ik een exemplaar van The Classical Era of Modern Chess, zijn levenswerk. “Voor mijn oude schaakmaat en gastheer” schreef hij voorin. Het was de laatste keer dat ik hem zag.

Ik vermoed dat we elkaar leerden kennen in 1973 of 1974. Peter won het eerste Open Kampioenschap van Utrecht in 1974, dat daarvoor als Open Utrechts Studentenkampioenschap door het leven ging. We bleken bij elkaar om de hoek te  wonen; ik op de Mauritsstraat, hij – bij zijn moeder – aan de Rembrandtkade. Hij was een jaar of acht ouder en had al een behoorlijk schaakcarrière achter zich bij clubs in zijn geboortestad Den Haag, als bordenjongen bij toptoernooien en in de persdienst van Berry en Jenny Withuis.

Onze club luisterde toen nog naar de naam Utstud, maar omdat inmiddels lang niet alle leden nog student waren werd dat vanaf 1975 Paul Keres. Peter had de naam Lucena voorgesteld, auteur van het eerste gedrukte boek over het moderne schaakspel (1496-7). Het werd uiteindelijk Paul Keres over wiens leven Peter op de beslissende ledenvergadering een doorwrocht historisch betoog hield.

Zijn twee passies schaken en geschiedenis kwamen samen in zijn boek, waaraan hij meer dan twintig jaar werkte. Een uit de hand gelopen hobby, die eigenlijk begon met zijn wens om een openingsboek te schrijven over het Falkbeer Tegen Gambiet: 1.e4 e5 2. f4 d5. Het onderzoek dat hij daarvoor deed mondde uiteindelijk uit in The Classical Era of Modern Chess, een monumentaal werk van 594 pagina’s, dat in schaakhistorische kringen hoog gewaardeerd werd. Ik vermoed dat volledige bestudering ervan me minstens ook twintig jaar zou kosten, maar het heeft in elk geval een prominente plaats in mijn eigen schaakbibliotheek gekregen.

Het lidmaatschap van onze club behelsde twee perioden. In de eerste twee seizoenen speelde Peter in Utstud/PK 1, daarna tot 1978 in het tweede. Vervolgens verhuisde hij naar Dordrecht en later naar Middelburg waar hij werkte als docent geschiedenis aan middelbare scholen. Het schijnt dat Jacco Vermeulen van De Rode Loper nog les van hem heeft gehad. Vanaf 1989 zagen we hem weer terug op de club. Hij was teruggekeerd naar zijn Haagse roots en woonde in Voorburg, dicht genoeg in de buurt om bij ons weer extern te gaan spelen: twee seizoenen in het eerste en daarna nog acht in PK2. Voorburg was trouwens ook om de hoek bij de Koninklijke Bibliotheek, waar hij voor zijn boek vele uren heeft doorgebracht.

Peter was een gevaarlijke aanvalsspeler met een voorliefde voor de f-pion en gambieten. Met wit speelde hij als het kon Koningsgambiet, maar nog vaker 1.f4. Met zwart Hollands en Frans en tegen het Frans het destijds gevaarlijke Milner-Barry-gambiet: 1.e4 e6 2.d4 d5 3.e5 c5 4.c3 Pc6 5.Pf3 Db6 6.Ld3!?, waar we beiden behoorlijke kenners van waren.

Volgens onze externe database speelde Peter 101 partijen voor onze club en scoorde net geen 50 procent: 49,5 punt. Opmerkelijk, want op toernooien deed hij het meestal goed. Ik vermoed dat z’n verantwoordelijkheidsgevoel en zenuwen bij teamwedstrijden hem parten speelde. Overigens denk ik dat in werkelijkheid  het aantal partijen iets hoger ligt; de Utstud-periode is in die database niet verwerkt.

Speciaal voor dit In Memoriam ging ik op zoek naar onze onderlinge partijen. We speelden vele honderden vluggertjes, maar tot mijn verbazing nooit een klassieke partij. Ik vond slechts twee rapidpartijen, die gespeeld werden tijdens het door hem georganiseerde Vader Catstoernooi in Voorburg ten zijne huize aan de Jacob Catslaan. We schrijven 6 november 1996. De andere twee deelnemers aan deze dubbelrondige rapidvierkamp waren Frans Konings en Bart Karstens. Peter won onze onderlinge ontmoeting met 1,5-0,5.

Dat Peter tot z’n laatste snik een toegewijd speler was moge blijken uit de herinnering die voorzitter Peter Gaemers op de site van de schaakclub Rijswijk aan hem wijdde en ik citeer: “Peter was in 2014 lid van onze vereniging geworden en liet zich in die vier jaar kennen als een fanatiek schaker. Hij was er altijd in de interne, kreeg daarvoor ook de prijs voor de meest gespeelde partijen en speelde om te winnen. Remise was er bijna nooit bij. Ook in de externe competitie was hij er altijd bij, in de laatste drie seizoenen speelde hij 27 van de 27 partijen! In die competitiewedstrijden gebeurde het vaak dat Peter oude bekenden tegenkwam, want hij had in heel wat verenigingen gespeeld, dichtbij en veraf.”

Mocht er zoiets zijn als een schaakhemel, dan zit Peter daar ongetwijfeld allang weer achter het bord.

 

De bijna 54-jarige Peter Monté verdeelt z’n aandacht tussen zijn eigen partij en die van Dirk de Beer (op de rug gezien) en Michiel Hochstenbach tijdens de (trainings)wedstrijd Paul Keres 1-Paul Keres 2 op 11 september 1993 in een tent op het Ledig Erf.

 

 

=================================================

De crematieplechtigheid vindt plaats op woensdag 13 juni om 13.00 uur in de
aula van het Yardenhuis van Rijswijk, Eikelenburglart 7, 2286KA Rijswijk.

=================================================