UVS Nijmegen – PK1

Door Jan Breukelman

Afgelopen zaterdag 21 april mochten we afreizen naar Nijmegen, een treinhalte verder dan Arnhem 2 weken daarvoor. De laatste ronde van de KNSB waarin voor ons niets meer op het spel stond: het wordt bijna een traditie dat we kleurloos in de middenmoot eindigen. Voor tegenstander UVS was er nog een kleine kans op degradatie. Maar dan zou De Toren Arnhem van favoriet Stukkenjagers moeten winnen – de uiteindelijke kampioen en promovendus van 1B – en De Pion van HWP Sas van Gent. Ook een optie was een gelijkspel voor De Pion terwijl UVS tegen ons heel wat punten zou laten liggen. Gaandeweg de zonnige dag werd duidelijk dat dat niet ging gebeuren.

Hugo heeft het niet dit seizoen. Een onherkenbare hoeveelheid remises vanuit te vaak onooglijke stellingen. Zaterdag probeerde hij met de witten aan bord 1 het koningsgambiet uit en miste zijn kans vanuit de opening. Toen hij dat na afloop meldde, was Raymond er als de kippen bij om te vragen of het soms met Lxc7 te maken had. Altijd pijnlijk als iemand die even langs je bord loopt direct de kans ruikt, die jij in je berekeningen zoek bent geraakt… Na een hoop geruil verzandde de stelling in een gelijk paardeneindspel dat niet geforceerd moest worden, wat niet gebeurde. Het zesde halfje van het seizoen, met een totaalscore van 5 uit 9. Hugo met een score als een degelijke Wim, dat is even schrikken.

Niet veel later was ik klaar. Mijn tegenstander kreeg geen vat op de partij en juist toen ik dacht alles onder controle te hebben, bleek er een reddingskans te zijn. Een eenmalige, die niet werd gepakt. Daarmee komt mijn score dit seizoen op 6,5 uit 8, niet goed genoeg voor de topscorerstitel van het eerste noch de hoogste tpr. Die eer komt iemand anders toe…

Jan Breukelman – Jaap Houben
Bord 5
1.d4 Pf6 2.Pf3 g6 3.c4 Lg7 4.Pc3 0–0 5.e4
Wat een verademing na al die laffe Londenpotjes!
5…d6 6.Le2 c6 7.0–0 a6 8.Lg5
8. a4 a5 beschouw ik in dit soort stellingen altijd als een succes voor zwart en is onder meer bekend uit Postny-Ten Hertog, Leiden 2016.
8…b5
Wie a ze(g)t…
9.e5 b4
Op 9…e5 heeft wit een luxekeuze. Zowel 10.dxe5 gevolgd door dameruil als 10.Pxe5 gevolgd door Lf3 ziet er prettig uit.
10.exf6 exf6 11.Lf4 bxc3 12.bxc3
Hier leek mij de witte dubbelpion beduidend nuttiger dan de zwarte. Bovendien heeft zwart nog een damevleugel te ontwikkelen.
12…Te8 13.Tb1 Lf5 14.Ld3 Lxd3 15.Dxd3 c5
In de hoop met Pc6 de ontwikkeling te voltooien, maar er kleeft een nadeel aan. Het alternatief 15…Lf8 om Pd7 mogelijk te maken, is ook weer zo wat…

16.dxc5!
In de voetsporen van Botwinnik-Chekhover, 1938 met als belangrijk verschil dat het hier wel de bedoeling is dat er op d5 een pion belandt.
16…dxc5 17.Dd5 Pd7
Direct Dxd5 was aan te bevelen om de nu volgende lichte stukkenruil te verhinderen.
18.Tb7 Pe5 19.Lxe5 Dxd5 20.cxd5 fxe5 21.Pg5
Zwarts dubbelpion is weliswaar opgelost, maar het witte paard is toch wel wat beter dan de loper. Een gedekte vrijpion en dominantie over de enige open lijn helpen ook mee. Ik mijmerde over Aljechin-Euwe, Londen 1922, maar zo bar is het niet gesteld met de zwarte stelling.
21…Tab8 22.Tfb1 Txb7 23.Txb7 e4 24.c4?
Potverdorie, ik zal ook nooit een smetteloze partij afleveren. Een combinatie van d6, Pxf7 en d7 was toch de aangewezen route: 24.d6 Lxc3 25.Pxf7 Lf6 26.Ph6+ Kh8 27.Kf1 c4 28.Ke2 c3 29.d7 Tf8 30.Pf7+! Kg8 31.Pd6 is een voorbeeldvariant die eindigt in 1–0.
24…Ld4
24…h6! 25.Pxf7 Tf8 26.Pd6 Ld4 en wit moet 27.Kf1 proberen, maar dat zegt al genoeg. Na 27.Pxe4 Te8 28.Pd2 Te1+ 29.Pf1 Te2 30.Pe3 Te1+ is het direct remise.
25.Pxf7 e3 26.Ph6+ Kh8 27.Pf7+ Kg8 28.fxe3
Hier schrok ik even van 28…Lxe3+ 29.Kf1 Lf4 30.g3 Lxg3 31.hxg3? Tf8 32.Kg2 Txf7 33.Tb6 en de winst is niet vanzelfsprekend. Totdat ik me bewust werd van het alternatief op de 31e zet. 28…Txe3 29.Kf1
De controle is weer terug en nu geeft wit het niet meer uit handen.
29…Ta3 30.d6 Txa2 31.d7 Lf6 32.d8D+ Lxd8 33.Pxd8 Tc2 34.Pe6 Txc4 35.Tg7+ Kh8 36.Ta7 Kg8 37.Txa6
1–0

Gerben was inmiddels ook in de bar beland. Hij speelde een partij op zijn Gerbens, dat wil zeggen: de complicaties opzoeken omwille van de complicaties. Dit keer door middel van een vroeg Db6 om de giftige pion te pakken. Frappant genoeg stelde zijn tegenstander in de analyse zetjes als a3 voor om Dxb2 te ontmoedigen, terwijl ik in zo’n stelling alles in het werk zou stellen om die ongepaste uitval aan te moedigen! Hoe dan ook, de complicaties werden Gerben al gauw te veel en daardoor sloot hij het seizoen af in mineur: 4 uit 9.

Als vierde was Joris klaar (gok ik). Hij mocht zijn handjes dichtknijpen met remise. Met een sloot pionnen achter probeerde hij met dame, paard en toren de witte koning schrik aan te jagen en dat lukte: de witspeler berustte in remise door zetherhaling. 2-2 op het scorebord en een debuut van Joris met 4 uit 9. Volgend jaar eindigt hij boven de 50%.

Evert leverde op het oog een vrij degelijke partij af, maar stond naar eigen zeggen steeds wat minder. Toch is er in onderstaande stelling geen vuiltje aan de lucht.

Zwart heeft net Dd7-d8 gespeeld om met Df6 op f2 te gaan drukken. Evert koos het actieve Da2. Dat bood de mogelijkheid tot wat spektakel met Lxf2. Hoewel, na Lc4 verzandt ook die voortzetting in een willekeurig remise-eindspel. Zwart vond het wel best en bood door middel van Lc5 Lc3 Ld4 direct remise aan, dat Evert niet uit de weg ging. Daarmee komt de totaalscore van Evert ook op 4, maar dan uit 7 partijen.

Dan de partij van Wim. In een Siciliaan met twee korte rokkades werden op een gegeven ogenblik de dames geruild, terwijl wits f-pion al naar voren was gebonjourd. De zwarte stukken kregen alle activiteit en een groepje witte stukken op de d-lijn werd door een zwarte toren op de korrel genomen, terwijl een loper op b7 de hele tijd vervaarlijk naar g2 loerde. Schrikbeelden van Rotlewi-Rubinstein, 1907 doemden op. Zó erg werd het niet, maar er verscheen wel een Zwickmühle in de vorm van wits koning op h1, de zwarte toren op g2 en die vermaledijde witveldige loper van zwart erachter. Dat kon niet goed gaan en nadat zwart de nodige pionnen had opgeraapt, moest Wim de vlag strijken. Daarmee komt zijn totaal op 5 uit 9. Net als Hugo met zes remises, maar van Wim zijn we niet anders gewend.

3½-2½ achter, wie ging de strijd gelijk trekken? Wie anders dan de oude meester, met 7 uit 9 en een tpr van 2540 de onbetwiste topscorer van PK1!

Xander Wemmers – Anton van Rijn
Bord 3
1.d4 d6 2.Pf3 g6 3.c4 Lg7 4.Pc3 e5 5.e3!?
Om de ongein na 5.e4 Pc6 6.d5 Pd4!? of Pce7 te voorkomen. Op mijn vraag of 5.dxe5 dan niet het overwegen waard was (zoals Kasparov deed), werd ontkennend geantwoord.
5…Pc6
Het is maar de vraag of dit nu handig is. 5…exd4 is een betrouwbaar alternatief.
6.Le2 Ph6?
Dit is te veel van het goede. Na 6…exd4 7.cxd4 Pge7 heeft zwart geen enkel probleem.
7.d5 Pe7 8.e4 f5 9.Pg5 fxe4?
Als je het mij vraagt is dit zo’n beetje hoe je het Konings-Indisch niet moet spelen met zwart. Wit krijgt gratis een sterk centrumveld dat hij nooit meer uit handen zal willen geven. Zwart krijgt in ruil daarvoor…? Controle over f5?
10.g4!
Zo doe je dat dus: in één klap staan alle lichte stukken van zwart verkeerd.
10…0–0 11.Pcxe4
Met totale dominantie. Zwart zal verwoed tegenspel moeten zoeken, anders wordt hij geruisloos weggedrukt.
11…Kh8!? 12.h4! c6 13.Le3?
Een sjabloonzet die vertraagt. 13.h5! en die h-lijn wordt een serieus probleem voor zwart.
13…cxd5 14.cxd5 Da5+ 15.Pc3 b5
Zwart beseft maar al te goed dat hij koste wat kost tegenspel moet creëren op de damevleugel.
16.a3! b4 17.axb4 Dxb4 18.Pge4
Hier lag direct Dd2 meer voor de hand, gevolgd door h5: het paard staat op g5 nog prima. Ook op de volgende zetten zou ik eerder h5 doen dan een andere. Voor de grijpgrage lezers: mocht op 18.Dd2 ietsxg4 in je opkomen, let even op welke zwarte stukken dan op de 4e rij staan en welk wit stuk zich daar bij kan voegen.
18…Pf7 19.Dd2 Ld7 20.f3 a5 21.Ld3 h6
En zwart heeft nog 3 minuten + increment voor 20 zetten. Dat is te weinig.
22.h5 g5

Triomf der witte strategie. Wat zal die loper op g7 hebben staan balen zeg! Nu de koningsvleugel keurig op slot zit, is er nog maar één ontwikkelingszet te voltooien: de rokade. Xanders fantasie sloeg echter op hol en hij bedacht een andere stukkenconfiguratie. Met in het achterhoofd een stukoffer op g5, dat zeker.
23.Lb1!? Tfb8 24.Th2 Kg8
Ook zwart zag het stukoffer al komen, of misschien wel een batterij over b1–h7. Gezien het aanknopingspunt op b2, de dame op d2 en de loper op e3 schreeuwt de stelling om een paard op c4. Met een beetje lef (en tijd) had zwart misschien tot 24…Pc8!? besloten. Dan nog twee keer hopsen en het beestje is er aardig op vooruit gegaan.
25.Kf1 a4 26.Ta3 Ta5
Ook hier lijkt 26…Pc8 me een serieuze zet. Naast b6-c4 is onder omstandigheden a7-b5 een interessant parcours.
27.Tf2 Kf8 28.Kg2 Kg8
De paardmanoeuvre wordt niet gevonden en onder druk van de klok staat zwart stil.
29.Pxg5
Daar moest het vroeg of laat toch een keer van komen. Praktisch gezien ook de juiste keuze: heen-en-weeren lukt zwart wel met weinig tijd maar een stukoffer correct afslaan…
29…hxg5 30.Lxg5 Pxd5?
Direct in de fout. 30…Kf8 31.h6 Lh8 32.Le4 en wit staat weliswaar dominant, maar heeft nog het nodige werk te verrichten. Iedere pionzet geeft belangrijke velden weg en zwart kan na torenverdubbeling op de b-lijn een zootje witte stukken bezig houden.
31.Pxd5 Dxd2 32.Pe7+ Kf8 33.Pg6+ Ke8 34.Lxd2
De rest behoeft geen commentaar, anders dan dat zwart met het grapje 43…Pg7 de partij nog wat had kunnen rekken.
34…Ta6 35.g5 Txb2 36.Ld3 Tab6 37.h6 Lf8 38.Pxf8 Kxf8 39.Le3 Txf2+ 40.Kxf2 Tb2+ 41.Kg3 Pd8 42.g6 Pe6 43.Lc4 Tb4 44.Lxe6 Lxe6 45.h7 Kg7 46.Lh6+ Kh8 47.Lg5
1–0

Gelijke stand, gelijke kansen? Bij Raymond ging het de goede kant op, bij Jan Jaap niet en Paul zat al de hele dag te dammen. Als dat maar goed ging…

De scheidend voorzitter heeft een voor mij onnavolgbare stijl. Een rare uitschieter en roekeloos spel (zie zwarts zesde zet) wordt moeiteloos afgewisseld met een tijd lang strak gemanoeuvreer. Daar heb ik me in snelschaakpotjes nogal eens op stukgebeten. In het eindspel neemt Jan Jaap echter een aantal rare beslissingen, waardoor wit de wind in de zeilen krijgt.

Guido van Mierlo – JJJ
Bord 6
1.e4 d6 2.Pc3 Pf6 3.Pge2 c6 4.g3 e5 5.Lg2 Pbd7 6.0–0
Dit oogt als een stelling uit de 19e eeuw en ik zou hier met zwart alleen Le7 kunnen bedenken. Jan Jaap niet.
6…g5?
Ik durf er bijna geen vraagteken achter te plakken, simpelweg omdat ik er helemaal niets van begrijp.
7.d4 g4 8.a4 a5 9.b3?
De verkwistende pionzetten op de g-lijn worden beantwoord op de b-lijn. Ik zie vooral een ontwikkelingsvoorsprong en zou er vaart achter willen zetten met Lg5 en Dd2 en dan eens verder kijken.
9…h5 10.La3
Juist een zet als h5 zou mij aansporen die loper op g5 te zetten. Nu heeft zwart op de koningsvleugel bereikt wat hij wilde en valt de ontwikkelingsachterstand reuze mee.
10…h4 11.dxe5?
Wit kon in ieder geval nog bogen op wat ruimtevoordeel. Nu heb ik liever zwart.
11…dxe5
Uiteraard niet fout, maar Pxe5 was het overwegen waard. Wanneer het andere zwarte paard bijsluit via de route h7-g5 heeft wit toch last van zwaktes rond zijn koning.
12.Lxf8 Pxf8 13.Dxd8+ Kxd8 14.Pc1
Juist, dat paard stond niets te doen. Toch denk ik dat lijnen openen met 14.f4 wit meer kansen op tegenspel biedt.
14…Pe6 15.Pd3 Pd7 16.Tfd1 Ke7 17.Td2 f6 18.Pb2
Dat er een paardmanoeuvre zou volgen, lag voor de hand. De route Pd1–e3 ziet er echter overtuigender uit.
18…Pdf8?
Een niet uit te leggen terugzet, als je bedenkt dat dit beestje net zo goed naar c5 gedirigeerd kan worden. In combinatie met het andere paard op d4 dreigt er dan onder omstandigheden ook tweemaal Pxb3.
19.Pc4 Pd4 20.Pe2 Pfe6 21.Pxd4 Pxd4 22.Tb1
Door al het geruil is het zwarte voordeel afgezwakt. Jan Jaap besluit nu op c2-c3 te anticiperen en zijn paard om te spelen naar c5. Maar is het dan niet juist prettig dat wit c3 heeft gespeeld, zodat b3 ongedekt staat? 22…Ta6 haalt geklier van het witte paard eruit en is nuttiger dan direct Pe6.
22…Pe6 23.Tbd1 Pc5 24.Pb6 Tb8 25.Pc4 Ta8?
25…h3! 26.Lh1 Le6 bespaart tijd ten opzichte van de partij.
26.Pb6 Ta6 27.Pc4
27.Pxc8+ Txc8 28.Lf1 Taa8 29.Le2 hxg3 30.hxg3 Tg8 31.Kg2 Tg7 is het ook niet voor wit. Of zwart iets kan proberen is ook maar de vraag, maar wit beslist niet.
27…Le6 28.Pe3
Ook hier rijst de vraag waarom het paard achteruit wordt gespeeld.
28…Taa8 29.Kf1 Tab8 30.Kg1?

Wit speelt geen Ke2 omdat? Waar Jan Jaap eerder h4-h3 achterwege liet om de spanning te handhaven, pakt hij nu zijn kans.
30…h3! 31.Lh1 b5
Uiteraard moet het van deze zet komen, maar eerst een stel torens ruilen met Thd8 was beter. Die h-toren heeft immers geen functie meer op de koningsvleugel, terwijl wit alleen met twee torens eventueel iets kan ondernemen op de d-lijn. Met 1 toren kan hij nooit binnendringen. Interessant is dan ook op een toekomstig f3 niet te reageren (wit mag fxg4 doen) om de loper op h1 slecht te laten.
32.axb5 Txb5?
Onbegrijpelijk. Het doel van de hele operatie was toch een vrije a-pion creëren? Uit angst voor een schaak op d5 verminkt zwart zijn eigen structuur. Terwijl je na cxb5 33.Pd5+? maar al te graag dat paard eraf wil timmeren!
33.f3 gxf3 34.Lxf3 Tb4 35.Td6 Tc8 36.Pf5+ Lxf5 37.exf5
Plotsklaps gaat het vanzelf voor wit. 37…a4 was nu aangewezen: tegen de prijs van een pion behoudt zwart actief tegenspel. Passief verdedigen is over het algemeen niet de aangewezen methode.
37…Tb6 38.Kf1 Tc7? 39.Ke2?
Ik zal maar niet vragen wat er mis is met bezetting van de acht(er)ste rij.
39…Td7 40.Txc6 Txc6 41.Lxc6 Txd1?
Dit moet verliezen, met die eenzame pion op h3. 41…Tc7 42.Ld5 a4 43.Ta1 axb3 44.cxb3 is ook geen pretje, maar met nog wat hoop op tegenspel.
42.Kxd1 e4 43.Lb5 Kd6 44.Le2
Lollig. Wit is van plan via g4 pion f5 te dekken en h3 aan te vallen. Het kon echter geen kwaad om de loper direct een stapje verder te zetten.
44…Ke5 45.Lg4 Kd4 46.Lxh3 Ke3
Het lijkt nog wat met die actieve koning, maar de pionnenovermacht is te groot. De loper kan zoals bekend het paard gemakkelijk genoeg domineren.
47.Ke1 Pd7 48.Lg4 Pe5 49.Ld1 Pc6 50.h4 Pe7 51.g4 Kf4 52.c4 Pc6 53.h5 Kg5 54.Kf2 Pe5 55.Ke3 Pd3 56.Lc2 Pe5 57.Kxe4 Pxg4 58.c5
1–0

En zo sluit Jan Jaap het seizoen af met 3 uit 7, een minscore.

Ondertussen was Raymond bezig uitstekend te manoeuvreren met zijn paard in een zwarte Karpov-pionnenstructuur. Dat ging zo:

Wit heeft zojuist 24.g4 gespeeld, met maar één bedoeling. Nu neemt Raymond die dreiging niet geheel ten onrechte serieus, maar hij kon wel degelijk zijn manoeuvreerspel afmaken met Pc4. Op 25.g5 volgt namelijk De7 en Td5 om die g-pion doodleuk op te halen. Ik weet nog dat ik ongeveer rond deze zet de stelling aanschouwde, ervan uitging dat het paard spoedig op c4 zou belanden en dat na wat geruil over de d-lijn zwart daar een open lijn aan over zou houden en wit een misplaatste toren op h4 en een hangende damevleugel. Toen ik een paar zetten later weer langsliep, wist ik niet wat ik zag: waar was die knol nou weer beland?
24…e5 25.Pf3 f6 26.Dg6 Pf7 27.Te1 Dd7 28.Th3!? Tc4 29.Tg3 Ph8!

Geen uitroepteken voor het aanvallen van de dame, maar voor het omspelen naar f4 – het broertje van c4 in deze stelling en nog aantrekkelijker voor het paard.
30.Dh5 Df7! 31.Df5 Pg6 32.Dc2 Pf4 33.Ph4 g6!?
Niet per se nodig, niet per se verkeerd. Iets als Tc7-d7 ziet er goed uit. Maar ook hier zal tijdnood een rol hebben gespeeld.
34.Tf3 Kg7 35.b3 Tc6 36.g3 Ph3+ 37.Kg2 Pg5 38.Tfe3 Tcd6 39.T1e2 Td1 40.f3 T8d6 41.Kf2?
Laat h1 los, maar Raymond ziet het niet.
41…Ph3+ 42.Kg2 Pg5 43.Kf2? e4!
Dit is dan wel het beste alternatief voor Th1 en ook geen appelepap.
44.f4
Op 44.fxg4 dringt de dame beslissend binnen met Dd7! Bovendien kan die triplering op de d-lijn ook geen kwaad.
44…f5?
Een flinke bok, maar wit besluit niet te pakken. De beste voortzetting bestond uit een combinatie van de eerder gemaakte opmerkingen: 44…Th1 45.Td2 Th2+ 46.Pg2 Ph3+ 47.Kf1 Dd7 (de moker Dxb3 kan ook, maar dit is nog beter) 48.Txd6 Dxd6 49.Txe4 Dd7!
45.Kg2?
Na 45.gxf5 gxf5 46.c4! (46.fxg5 hxg5 47.Pf3 Dh5 -+) Pe6 is er nog een partij te spelen.
45…Pe6 46.Tf2 Df6 47.Tee2?
Bespoedigt het einde, maar wit had het al zwaar te verduren.
47…T1d3 48.Td2 Pxf4+
0-1

Raymond: 5 uit 9. Niet verkeerd, maar ook niet heel goed. Het wordt tijd dat hij zijn interne kunstjes ook extern vertoont!

Als laatste schoof Paul de partij vakkundig naar remise. Dat ging niet zonder slag of stoot want na de opening stond hij een stuk of 25 ontwikkelingszetten achter. Zijn oplossing: met zwartveldige lopers voor beide partijen alle pionnen op zwart gooien en bidden dat het standhoudt. Zoals ik al zei, het leek meer op dammen dan schaken. Het vermoeden bestond dat de tegenstander wel een doorbraak moest kunnen vinden (met a4-a5?), maar dat gebeurde niet. Met torens op h8 en h7 achter een pion op h6, met een loper op f6 achter pion e5, kortom met anticiperend wachtschaak sleepte Paul de remise binnen. Ook zijn seizoenscore komt daarmee op 50%: 4 uit 8.

5-5 dus, tekenend voor de eindnotering in de middenmoot en de gemiddelde score binnen het team. Daar gaan we volgend jaar verandering in brengen!

UVS2210 Paul Keres22685-5
Linden van der, L.J. (Lukas)2288-Hertog ten, H.M. (Hugo)2467½ - ½
Klip , J.A. (Hans)2323-Hommerson , P. (Paul)2232½ - ½
Rijn van, A.B. (Anton)2180-Wemmers , X.A. (Xander)24510 - 1
Retera , J.J.C.M. (Joost)2234-Kokje , J.J.I. (Joris)2289½ - ½
Houben , J.P. (Jaap)2306-Breukelman , H.J. (Jan)23580 - 1
Mierlo van, G. (Guido)2136-Janse , J.J. (Jan Jaap)21951 - 0
Span , P. (Paul)2285-Rademakers , E.L. (Evert)2235½ - ½
Kurstjens , L. (Lars)2088-Veltkamp , G. (Gerben)21251 - 0
Pijkeren , J. (Jan)2154-Fliert van de, W. (Willem)21701 - 0
Arts , D. (Dennis)2107-Rooij de, R. (Raymond)21550 - 1